Blog

Als de dijken breken

Vanmorgen las ik per toeval op de Facebook-pagina van een collega het krantenartikel ‘Het ongemak van de darmpatiënt’ van Steven De Foer (De Standaard). Een schokgolf ging door mij heen. Niet alleen was het artikel heel herkenbaar, bovendien bleek het ook een onderwerp waar ik al langer een blog wilde over schrijven maar eigenlijk nooit de moed voor gevonden had.

Steven De Foer beschrijft de gevolgen van darmziektes op het leven en de relaties van wie het heeft. Het blijft toch iets beschamend, zaken die te maken hebben met slecht functionerende darmen. Je daarover kwetsbaar opstellen is nooit evident. Ik schreef er nooit eerder écht openlijk over omdat ik eigenlijk ook gewoon niet verengd wil worden tot enkel dat. Het beheerst mijn leven al genoeg. En daarbij, ik ben zoveel meer dan dat. Alleen hangt er ook steeds een Zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Andere beeldspraak is beter van toepassing, maar is net ‘te plat’ om hier te gebruiken.

Officieel heb ik volgens de artsen géén probleem. Alles zit tussen mijn oren volgens hen. Toegegeven, ik heb me nooit echt goed laten onderzoeken, maar toch, je verwacht toch iets meer professionalisme en begrip van een arts. Zeker omdat ze niet kunnen verklaren waarom na het eten van bepaalde voedingsmiddelen mijn dijken breken. Ik heb het totaal niet in de hand: ofwel overvalt het me onverwacht als ik godweetwaar met iets bezig ben (uitgesteld effect), ofwel is het daar meteen na het eten (direct effect). Zelden is het een trage reactie, meestal heeft het meer weg van een allergische pletwals.

Altijd een allesbehalve plezante verrassing dus, waarbij ik meestal het eerste uur niet meer uit het kleinste kamertje geraak. Ik treed niet in detail, maar vaak is het écht huilen van het ongemak, de pijn en soms zelfs van de schaamte. Bestond er maar een stop om het tegen te houden. Maar dat bestaat dus niet.

Familie, vrienden, collega’s weten waaraan ik allergisch ben en wat ik moet mijden. En ze houden er ook écht rekening mee. Bijna overal waar ik ga, is er in een alternatief voorzien voor mij zodat ik geen problemen krijg achteraf. Ik zeg het hen te weinig, maar ik vind dat echt fantastisch. Ik neem het nooit zomaar als vanzelfsprekend. Ik verwacht het zelfs niet, ik zou het perfect begrijpen als het te veel moeite is. Maar hoe hartverwarmend en ontroerend is het niet om te zien dat mensen je echt een welkom gevoel willen geven ook al heb je een mankement. Ik kan hen daar eigenlijk niet genoeg voor bedanken – en ik zou dat eigenlijk ook meer moeten zeggen. Bij deze: dikke dankjewel familie, vrienden, collega’s.

Tegenwoordig heb ik het een plaats gegeven en is het gewoon een onderdeel van mijn zijn, maar het is lang héél erg moeilijk geweest: gênante ‘ongemakjes’ op de trein, in de auto of op de fiets; dagen op voorhand vasten bij verre verplaatsingen; zelfs geen auto- of treinritten meer durven doen (en al zeker niet in een overvolle trein stappen, het toilet zou maar eens onbereikbaar moeten zijn); of gewoon ziek worden van de stress voor zo’n verplaatsing. Ik bleef zelfs weg van vergaderingen omdat ik de afstand niet kon overwinnen of niet wist of er wel een toilet aanwezig was in de vergaderplek. Het ging soms onwaarschijnlijk ver. Want het zal je maar overvallen dat er geen toilet in de buurt is. De horror. Je kunt je die angst niet voorstellen als je het niet zelf meegemaakt hebt.

Enkele jaren terug was het verschrikkelijk gesteld met mij, zowel fysiek als mentaal. In die periode bereikte mijn darmprobleem een dieptepunt. Het nog ongezonder eten als emotioneel gevolg van mijn verzwakte mentale en fysieke toestand én de stress op het werk zorgden voor een hoogst onaangename lawine aan latrinebezoeken. Zeker de vele verre verplaatsingen voor mijn toenmalige werkgever begonnen steeds zwaarder op mij te wegen, zowel fysiek (ik slikte hele strepen Imodium) als mentaal door de gigantische stress die erbij kwam kijken. Ik werd stilaan een man op de rand van.

Uiteindelijk koos ik voor de weg vooruit én eruit: terug verhuizen naar de vertrouwde omgeving in Sint-Baafs-Vijve én een nieuwe werkgever zoeken. Toch duurde het nog drie jaar vooraleer ik terug enigszins rust vond, zowel fysiek als mentaal. Maar ik blijf waakzaam, want de darmproblemen zijn niet weg. Ze zijn immer aanwezig – meestal onverwacht, altijd dodelijk gênant.

Is alles dan shitty in mijn leven? Verre van hé. Ik ben een potige kerel, immer enthousiast en gedreven, boordevol energie en vitaliteit. Ik heb een mooie en uitdagende professionele carrière én een goedgevuld privéleven. Ik doe ook écht alles wat ik wil en sta positief in het leven. Ik ben meer dan enkel een man met extreem gevoelige darmen. Sinds ik het steeds opener communiceer is de schaamte weg en kan ik het gelukkig stilaan een plaats geven. Ik vond zo ook een beter evenwicht in mijn leven, mee dankzij mijn fantastische wederhelft en grote liefde M. En ja, ik heb mijn eetgewoonten drastisch moeten aanpassen, maar ik kreeg in ruil wel veel meer levenskwaliteit. En beetje bij beetje herwin ik mijn vrijheid: stevige staptochten (in 2016 zelfs 1.172,05 kilometer), fikse fietsritten (in 2016 zelfs 4.850,37 kilometer) én zelfs nu en dan een verre verplaatsing, het gaat terug. Al is de rol toiletpapier en de Imodium steeds binnen handbereik. Altijd en overal. Je kan maar nooit weten.

’t Ware Heem

Afgelopen paasweekend nam ik één van de grootste stappen uit mijn leven. Na dertig jaar overtuigd Senteboasneire verhuisde ik naar Waregem. Ik vond als expliciet heiden opnieuw, net zoals drie jaar geleden toen ik van Leuven terugkeerde naar Wielsbeke, Stille Zaterdag de meest geschikte verhuisdag (uit respect voor de grote geloofsijver van mijn meetje mét hoofdletters). Mijn wederhelft en ikzelf zochten en vonden eind 2016 ons Ware Heem in, jawel, Waregem. Oorspronkelijk het heim van opperman Waro, nu ook onze thuis.

Nochtans was die stap verre van evident. Akkoord, we wilden onze eigen woning, ons eigen stekje, iets dat helemaal van ons was. En de komende vijfentwintig jaar ook een beetje  van de bank natuurlijk. Dat ‘van ons’ was ontzettend belangrijk: niet langer huren, niet langer afhankelijk van de grillen van sommige verhuurders, niet langer niet kunnen doen wat je wil in je stek, enz. Nu is het echt van ons en kunnen we eindelijk alles inrichten zoals we het zelf willen. Heerlijk!

Maar toch. Het was geen gemakkelijke beslissing in mijn honkvast en met heimwee gevuld hoofd. Dertig jaar Sint-Baafs-Vijve, dat gooi je niet zomaar weg. Ik was verknocht aan de pracht van mijn pittoreske plattelandsparochie, aan de inwoners, aan de politieke intriges, aan het vrijwilligersleven, aan de plaatselijke middenstand, aan alles eigenlijk. En dan neemt je leven een keer die je eigenlijk niet gepland had: je koopt een huis. In Waregem. Van alle plaatsen.

Ja. Dat laatste lag toch gevoelig eigenlijk. Ik had wel mijn middelbare school gevolgd in het college van Waregem en werkte dan wel al drie jaar in de fantastische kunstacademie van die stad, toch was ik niet echt voorzien op een levenslange verhuis naar een stad. Gelukkig hoeft dat niet echt. Waregem blijft toch altijd een beetje een veredeld boerendorp. Maar, dat besef ik steeds meer: al bij al is het wel een gezellig, dynamisch en best wel mooi veredeld boerendorp.

Niet langer ’s avonds na de werkdag kunnen passeren langs mijn (groot)ouders. Niet langer elke dag langs mijn geliefde André Demedtshuis kunnen fietsen. Niet langer naar mijn gekende adressen kunnen wandelen om iets kleins te halen. Mij niet langer kunnen moeien met de plaatselijke politiek. Niet langer actief betrokken kunnen zijn bij wat er allemaal gebeurt in mijn geboortedorp. Het zijn echt die kleine dingen die het afscheid moeilijk maken. Nochtans zijn het bijna allemaal dingen die ik perfect nog kan doen, hetzij door een ommetje te maken, hetzij door mijn sociale media als strijdwapen in te zetten (al werd ik wel de dag dat ik verhuisde onmiddellijk ontvolgd door de grootste politieke formatie –zo zie je maar hoe snel je quantité négligeable bent).

Nu, het was na dertig jaar tijd om stilletjesaan eens vanonder die kerktoren weg te trekken. In mijn geval zelfs letterlijk nadat ik de laatste drie jaar de buur van het buitenverblijf van de Goedheilige Man in Wielsbeke was. Het was echt tijd voor een nieuwe start in mijn leven. In ons leven. En in onze nieuwe thuis viel alles op zijn plaats. Een fijn, ruim huis, mét mooie tuin én aangename veranda. Op wandelafstand van de kunstacademie en op een vlotte rijafstand van de werkplek van de wederhelft. Dicht genoeg bij het centrum om er genieten van te hebben, ver genoeg om er geen overlast van te hebben. In een rustige ‘residentiële’ wijk. Dicht bij mooie fiets- en wandelpaden. Echt alles klopt hier. Behalve dan dat het niet in Sint-Baafs-Vijve ligt.

Waar ooit een grote open akker lag, staat nu onze stek. Ons Ware Heem. En daar genieten we ten volle van. Het is echt alles wat we zochten. En het biedt ons alles wat we nodig hebben. Sint-Baafs-Vijve laat ik niet los, dat kan ik nooit, maar ik neem er wat meer afstand van. Ik vind het sowieso terug al fietsende en stappende. Of als actief bestuurslid van het André Demedtshuis en de Hondenzwemming. Daarbij, hoe zou ik het ooit kunnen loslaten? In Sint-Baafs-Vijve, daar ‘ligt geen steen, groeit geen boom, die ik niet ken’, zoals schrijver-dichter André Demedts het zo mooi verwoordde. Die maakte trouwens ook rond zijn dertigste de overstap van Sint-Baafs-Vijve naar Waregem.

Nu maar hopen dat Waregem ons met open armen ontvangt. Misschien worden we deze keer dan wel uitgenodigd op de welkomstreceptie voor nieuwe inwoners hier. In tegenstelling tot in Wielsbeke. Een ding is dus wel duidelijk nu: dag Wielsbeke, hallo Waregem!