De directeur lost het wel op …

40% van de schooldirecteurs stopt binnen de twee jaar. Over te hoge verwachtingen. En de nood aan een betere omkadering en meer zorg voor de persoon achter de functie.

Vier op de tien scholen krijgt op 1 september een nieuwe directeur, zo staat in De Standaard vandaag (‘Gezocht: directeur die niet afhaakt na twee jaar’, 7 augustus 2017). Waar directeurs vroeger nog gemiddeld zeven jaar de functie uitoefenden is dat tegenwoordig maar een kleine twee jaar meer. Een fikse daling dus. En eigenlijk hoeft dat niet te verwonderen. De grote administratieve planlast en de zware werkdruk, gecombineerd met een te hiërarchische organisatie nekken de directeur.

De titel van het artikel uit De Standaard doet vermoeden dat de huidige lichting directeurs de job niet aankan, maar niets is minder waar. Als buitenstaander lijkt het een leuke job (en in sé is hét dat ook!), maar wie in een schooldirectieteam zit weet als geen ander dat het werk nooit eindigt. Altijd bereikbaar zijn voor leerlingen, ouders of collega’s; niet buiten kunnen komen zonder aangeklampt te worden over wat er gebeurt in ‘jouw’ school; altijd de eerste zijn die opgetrommeld wordt als er een probleem is; midden in de nacht opgebeld worden omwille van een (al dan niet vals) inbraak- of brandalarm. Het lijstje is eindeloos. En dan heb je nog géén enkele administratieve verplichting ingevuld. Of je inhoudelijk beziggehouden met je school. Als schooldirecteur ben je vaak 7/7 met je school bezig, tot zelfs in de schoolvakanties toe. Waar vinden we de tijd? Maar de basisgedachte is te vaak, ook bij onszelf: de directeur lost het wel op.

Er wordt van een schooldirecteur heel veel verwacht in deze snel veranderde tijden. Het zijn ook tijden waarin alles wat gebeurt in het onderwijs onder een loep uitvergroot wordt. Vaak zelfs buiten proportie. Pas op, het is terecht dat leerlingen, ouders, leerkrachten, schoolbesturen kritischer en veeleisender zijn. Scholen moeten immers een antwoord bieden op de actuele uitdagingen. Het kan een school maar ten goede komen. Maar de oplossing kan natuurlijk niet altijd alleen van de directeur komen. Het is echter net dat laatste, verwachten dat het wél van de directeur komt en hem/haar daarna voor alles verantwoordelijk stellen, dat vaak leidt tot burn-out of zelfs definitieve uitval. Dat die uitval tegenwoordig rond de 40% draait is waanzinnig veel. Dat maakt mij – als jong directielid – ook ongerust. Ik werk op de meest onmogelijke momenten voor de kunstacademie. Niet altijd omdat ik het wil, maar omdat ik mijn directiefunctie anders gewoon niet goed kan vervullen. Hoelang hou ik dat nog vol? En hoelang gaat mijn gezin daarin mee?

De toestand is – zoals de krant terecht schrijft – het meest dramatisch in het basisonderwijs. Daar moeten directeurs vaak én directeur zijn én les geven én de administratieve taken afhandelen. Maar ook het deeltijds kunstonderwijs deelt in de klappen. Dat vergeet men vaak te vermelden. Nochtans zijn de uitdagingen daar erg groot. Een academiedirecteur staat er vaak alleen voor: er is slechts een beperkte omkadering voorzien vanuit het departement Onderwijs, terwijl een academiedirecteur wel verantwoordelijk is voor een school waarvan de leslocaties zich meestal over enkele tientallen vierkante kilometers uitstrekken. In onze kunstacademie bijvoorbeeld gaat het over 19 leslocaties in een werkingsgebied van bijna 150 km². Probeer dat als directeur alleen maar eens allemaal pedagogisch, administratief en logistiek in goede banen te leiden …

In het deeltijds kunstonderwijs krijg je vanaf 400 leerlingen één fulltime directeur. Aangezien een academie officieel maar één directeur kan hebben én er geen uren voorzien zijn voor een middenkader betekent dat dus ook dat grote academies maar één directeur kunnen aanstellen. Ter voorbeeld: onze academie, de Stedelijke Kunstacademie Waregem, telt bijna 3.500 leerlingen, voor het departement mag dus ook één directeur dat allemaal gaan organiseren. Waanzin natuurlijk, want de verantwoordelijkheden en de werkdruk bij een grote academie zijn immens.

Gelukkig nam ons schoolbestuur de broodnodige acties zodat er een directieteam kon aangesteld worden. Van de drie directieleden zijn er dankzij de fusie tussen twee academies twee betaald door het departement Onderwijs, de derde (ikzelf) wordt betaald door het stadsbestuur. Die nieuwe structuur zorgt ervoor dat de verantwoordelijkheden op directieniveau veel beter verdeeld zijn, dat dé directeur er niet alleen meer voor staat en dat problemen samen aangepakt kunnen worden. Toch is dat niet de oplossing voor alle problemen. Er blijft nog altijd een door de hogere en lokale overheid sterk ontwikkelde maar vaak te complexe en soms zelfs compleet overbodige administratieve planlast bestaan.

Academies krijgen daarvoor vanaf 1.000 leerlingen één fulltime administratieve medewerker. Probeer daarmee maar eens een academie administratief te regelen als je weet dat de leerlingenadministratie in het deeltijds kunstonderwijs tot de meest complexe en aan uitzonderingen onderhevige onderwijsvorm in Vlaanderen is. Krijgen niet alleen de directeurs burn-outs, maar ook de secretariaatsmedewerkers. Het grote voordeel dat 95% van de Vlaamse academies hebben, is dat ze gemeentelijk zijn. Dat betekent vaak dat die gemeentelijke overheden extra investeren in omkaderingspersoneel. Voor ons betekent die steun dat we als directieteam in totaal kunnen beschikken over 20 administratieve en ondersteunende medewerkers (13 VTE). Zonder de tussenkomst van het schoolbestuur zouden dat slecht 3 VTE-medewerkers zijn. Hoe zouden we dan als directieteam de administratie en logistiek in hoofdschool en afdelingen geregeld krijgen zonder nog meer werkdruk op onszelf, de leerkrachten of de medewerkers te leggen?

Meer omkadering is nodig, liefst structureel vanuit het departement Onderwijs. Dat zorgt ervoor dat directies hun handen meer vrij kunnen maken voor zaken die er voor hen écht toe doen: de schoolvisie ontwikkelen, het dagelijks schoolbeleid efficiënter voeren, tijd hebben om de juiste pedagogische en administratieve beslissingen te nemen, meer klas- en afdelingsbezoeken doen, meer de vinger aan de pols kunnen houden. Nu verdwijnen schooldirecties nog te vaak achter hun stapel papieren op hun stilaan ontoegankelijke bureau’s.

Zal extra omkadering alles oplossen? Natuurlijk niet. Maar het is wel een belangrijke voorwaarde om vooruit te kunnen. Het verlicht immers de werkdruk van schooldirecties. Alleen is er daarnaast ook grote nood aan extra begeleiding en een betere zorg voor de personen achter de directiefuncties. Als elke schoolmedewerker daarbij zijn of haar verantwoordelijkheid neemt om voor een kwaliteitsvol en gedragen onderwijs te zorgen, dan sta je als schoolleider en als schoolteam heel erg sterk. Daarvoor moeten er meer middelen zijn, maar het is het menselijk kapitaal dat uit die middelen voortvloeit dat de doorslag zal geven. Want een kapitein zonder een sterk uitgebouwde en enthousiaste bemanning geraakt nergens. Net zomin als een schip zonder gedreven kapitein aan het roer.

Advertenties

Gepubliceerd door

Bert De Smet

Hippe historicus, fervent fietser, wilde wandelaar. En whiskyfan, metaladept, klimaatstrijder. Ook: directieteam @academiewaregem | mn mening, mr venyn in baard · http://about.me/bertdsmet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s