Grote jongens

Bij het afscheid van een vriend, die toevallig ook mijn directeur was.

Afgelopen donderdag overleed Luc Dumoulin, mijn directeur in de kunstacademie, na een slepende ziekte. Ik ken weinig mensen die zo onverzettelijk gestreden hebben om te mogen leven. Ongelofelijk veel bewondering heb ik daarvoor. Tot op het eind, zelfs toen Luc in de palliatieve eenheid lag, bleef hij hopen op beterschap. Hij heeft gevochten als een leeuw, maar het mocht niet zijn.

‘Zeg directeur, maar denk Luc’. Het was één van de eerste dingen die Luc tegen mij zei toen ik mij ging voorstellen voor ik startte in de kunstacademie. Het typeerde hem helemaal: staan op zijn titel, maar tegelijk nog altijd één van the old boys willen zijn. Ik heb er echter nooit van gehouden mensen aan te spreken met hun titel, dus zei ik Luc en dacht ik directeur. Niet uit disrespect, maar omdat we in onze persoonlijke en professionele relatie gewoon Luc en Bert waren. En omdat mijn respect voor hem niet voortkwam uit zijn functie, maar uit zijn persoon.

Want na 3,5 jaar intensief samenwerken, in goede en kwade dagen, was die band stevig. Hij, de oude rot in het vak met jaren ervaring als directeur, gepokt en gemazeld in de muziekwereld en het deeltijds kunstonderwijs. Ik, het jonge geweld met nul ervaring als directielid en zonder kennis over een kunstacademie, laat staan dat ik er ooit naartoe gewild had als rebellerende jongeman. Het leek bijna een match made in hell, maar toch klikte het vrij snel.

Hoewel we elkaar vooraf helemaal niet kenden en Luc ook niet rechtstreeks betrokken was bij mijn aanstelling was er vrij snel vertrouwen tussen ons beiden. We hadden bijlange niet altijd dezelfde visie en hadden elk onze kleine kantjes, maar we wisten wat we aan elkaar hadden en we respecteerden elkaar. Na verloop van tijd waren we professioneel echt twee handen op één buik. Al ging dat niet helemaal zonder slag of stoot. De start verliep moeizaam. Begrijpelijk ook als je weet dat ik een rechterhand met 15 jaar dienst en een erg nauwe band met Luc moest vervangen. Bovendien was er ook wat wantrouwen tegenover die flamboyante historicus zonder band met het deeltijds kunstonderwijs.

Een schitterende anekdote op dat vlak is hoe ik op het begin onverwacht telefoon kreeg van Luc: ‘Bert, kom direct naar mijn bureau’. Ik naar daar, peinzend over wat ik verkeerd had gedaan of wat voor ergs er gebeurd kon zijn. Bleek het gewoon efkes polsen of ik wist hoe een leerling met een ingewikkeld curriculum subsidieerbaar kon blijven – want ja, ik moest toch met een reden op mijn stoel zitten. Soms werd ik ontboden, soms zaten we gewoon in overleg over andere zaken als weer eens uit het niets een kruisverhoor rond de wetgeving en de werking van de academie startte. Ook met derden gebeurde het: ‘Eens kijken of Bert het antwoord hierop weet’. Het was Lucs manier om te testen wat voor vlees hij in de kuip had. Nu, ik liet me er niet door doen of ontmoedigen. Als je de gewestvergaderingen vol gefrustreerde oude vrijwilligers van een niet nader genoemde cultuurorganisatie overleeft, dan kan je elke onverwachte aanval aan. Na enkele weken veranderde de toon. Het was niet meer speels ondervragend, maar het was gemeend adviesvragend. Ik was geslaagd.

De jaren gingen voorbij en we werkten goed samen. Tot ik op 6 april 2016 een vreemde sms van Luc kreeg. Hij was al maanden aan het sukkelen met zijn gezondheid. Vreselijke hoestbuien had hij, die vaak door mijn bureau echoden. Luc had de uitslag van zijn geplande onderzoeken maar kon er via sms of telefoon niets over zeggen. Dat moest persoonlijk gebeuren. Ik voelde de bui al hangen en liep er dagen niet goed van, tot ik met knikkende knieën  enkele dagen later aan zijn vergadertafel het verdict hoorde van Luc. Om het te verzachten had hij mij eerst – iets wat eigenlijk niet zo vaak gebeurde – iets aangeboden uit zijn persoonlijke voorraad. De boodschap kwam echter niet minder hard aan.

Toen begon een helse rit, vooral voor Luc, maar ook voor zij die dicht bij hem stonden, familie, vrienden, collega’s. Wat vooral opviel en tegelijk van een ijzeren wil en een beresterk karakter getuigde, was hoe Luc tussen zijn chemo’s door naar de kunstacademie bleef komen. Hij deed alsof hij zijn ziekte tussendoor wel even zou overwinnen en er niets aan de hand was. Maar na maanden van zware behandelingen moest hij toch het roer overlaten aan een waarnemend directeur. Het moet een ontzettend moeilijke beslissing geweest zijn voor Luc, maar hij besefte als geen ander dat de kunstacademie terug naar rustigere wateren gebracht moest worden. Toch bleef hij via allerlei kanalen, tot op het allerlaatst, contact houden om te polsen hoe het was met ‘zijn’ kunstacademie.

Als toeschouwer kan je weinig doen. Je staat erbij en je kijkt ernaar. Je bent compleet machteloos. Toch hoop ik dat ik gedurende zijn afwezigheid ‘zijn’ kunstacademie mee heb kunnen laten draaien. Hopelijk konden mijn bezoeken ook wat troost en soms wat vrolijkheid brengen voor Luc. Het ‘eerste’ afscheid in de palliatieve eenheid zal ik nooit vergeten – zijn woorden toen blijven voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ik moest er achteraf echt efkes van gaan zitten. De bezoeken daarna waren luchtiger en ondanks alles doorspekt met de gekende zwarte humor van Luc. Maar toch bleef het altijd afscheid nemen alsof het de laatste keer was. Wat het op maandag 10 juli werd. We zouden op donderdag 20 juli nog eens gaan, maar toen kon het niet meer en daarna was het te laat.

Ik zal me Luc vooral herinneren als een warm, innemend, belezen en humoristisch persoon. Hij was niet altijd de gemakkelijkste directeur, maar hij stond steeds voor zijn kunstacademie. Ik ben Luc vooral heel erg dankbaar dat hij mij op een belangrijk kruispunt in mijn persoonlijke en professionele leven direct aanvaardde als zijn rechterhand, mij de nodige ontplooiingskansen gaf, mij vernieuwingsinitiatieven liet nemen en mij tussendoor – hij was dertig jaar ouder dan mij – ook flink wat vaderlijk advies aanreikte.

Ik heb heel veel fijne herinneringen aan Luc (o.a. hoe hij mij telkens voorstelde als ‘onze stafcoördinator, luistert zoals je aan zijn zwarte kledij kan zien naar lawaai dat ‘muziek’ moet voorstellen’), maar één van de mooiste momenten tijdens onze professionele samenwerking blijft toch die keer dat we als ‘grote jongens’ op weg naar het laatste directiecomité voor de zomervakantie in het stadhuis speels in de stadsstrandstoel kropen en uitdagend een foto stuurden naar onze wachtende schepen van onderwijs. We waren al helemaal in vakantiestemming. En het leverde een prachtige foto op.

Het ga je goed, Luc. Vaart wel!

Advertenties

Gepubliceerd door

Bert De Smet

Hippe historicus, fervent fietser, wilde wandelaar. En whiskyfan, metaladept, klimaatstrijder. Ook: directieteam @academiewaregem | mn mening, mr venyn in baard · http://about.me/bertdsmet

Een gedachte over “Grote jongens”

  1. mooie getuigenis Bert, ik kan me voorstellen dat jij hem zo ervaren hebt. De mijne zijn helemaal anders maar dat doet er nu niet toe. Lastig om te zien hoe je als mens soms een ongelijke strijd dient aan te gaan. warms Paul Van Egghen

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s