Beestige Bert

Over Servische straatkatten en berghonden. Over een Vlaamse rosten. En over een beestige baard.

Ik ben allergisch aan katten, honden, paarden, ja, zelfs koeien. Maar ook aan gras, pollen, huisstofmijt en vooral ook aan tomaten. Ik ben bovendien ook allergisch aan postjespakkers, graaipolitici, oncollegiaal gedrag, achterbaksheid, egoïsme.

Eigenlijk ben ik aan veel zaken allergisch. De eerste zaken in de oplijsting zijn zonder meer een ware aanslag op mijn leven, de laatste zaken veroorzaken gewoon irritaties. Ik zal nooit overweg kunnen met laatste vijf allergieën, terwijl ik wel – op proeve van eigen leven – overweg probeer te geraken met de eerste.

Huisdieren zijn nochtans lang geen evidentie geweest. Ik had er – en daar ben ik heel eerlijk in – gewoon ontzettend veel schrik voor. Ik kan de allergische aanvallen door contact met huisdieren niet meer op één hand tellen. Aanvallen waarbij mijn longen dichtklapten en ik bijgevolg tijdelijk kampioen ‘piepen’ werd. Bij de gevorderden overigens. Het enige dat hielp was directe verwijdering uit de ‘vervuilde’ omgeving én zware medicatie. Je zou voor minder een hekel krijgen aan katten en honden, de huisdieren waar ik toch het meest mee in contact kwam. Zo geschiedde dus – ik kreeg een afkeer voor die beesten.

Maar dan val je als een blok voor een Servische schone met een onwaarschijnlijk grote liefde voor beestjes. Daar sta je dan, als allergisch kereltje. Balen. In het begin doe je alsof je neus bloedt. Je denkt: tegen dat het echt serieus wordt, zijn die beesten wel dood. Na een tijdje heb je zoiets van: die beesten gaan maar niet dood, maar erin komen ze ook niet. Kort voor je samenwoont, besef je: het is ofwel wederhelft met die beesten, ofwel ben je terug alleen.

Het vervolg laat zich raden. Als een echte man koos ik voor de liefde van mijn leven en ging ik de strijd met mijn allergie aan: ik liet extra onderzoeken voeren, ging naar de dokter achter zware medicatie en liet die twee katten dan toch maar toe in mijn nederig stulpje. Ben ik even blij dat ik dat deed. We zijn ondertussen goed zes maanden later en ik kan me geen leven meer voorstellen zonder die twee aapjes. Ongelofelijk hoe snel die je inpakken. De venijnigaards. Schattig, maar o zo sluw!

img_3947Perun en Lucky (a.k.a Spookje), hebben, emo als ik ben, mijn kleine hartje veroverd. Of hoe afkeer op één week tijd veranderde in vaderlijke liefde. De oudste, Perun, is een Vlaamse, Waregemse roste kat. Een nierpatiënt die veel verzorging nodig heeft. Maar wat een schattigaard. Lucky is dan weer een Servische straatkat. Gevonden door mijn schoonmoeder in een park in Belgrado. Uitgemergeld, op sterven na dood, maar na flink wat liefde, medische verzorging en omzwervingen terug onder de levenden. En hoe. Een echt vechtertje, op alle vlakken. En dus ook een lastpakje soms. Maar door zijn kleine gestalte neem je zijn lastig karakter er met plezier bij door zijn hoge knoddigheid. Een beetje zoals met zijn moeder eigenlijk.

15781436_1014290885342765_1882923213369390572_nOndertussen leef ik dus samen met twee schattige kleine aapjes. En met de liefde van mijn leven natuurlijk. Het heeft wat tijd nodig gehad om samen te leven met die katten, ik deed bijna een hartaanval en een moord toen één van hen mijn cd’s van de kast gooide, maar uiteindelijk ben ik me er erg aan beginnen hechten. Ik heb op mijn tanden moeten bijten toen ze tussen mijn muziekcollectie paradeerden, medicatie moeten slikken, regels moeten afspreken met mijn wederhelft over waar ik wel en niet huisdieren tolereer en ik moet mij na elke knuffelbeurt met hen wassen van hand tot elleboog en van kop tot nek om geen allergische reactie te krijgen, maar de liefde die je krijgt is zo groot dat je dat er met plezier bij neemt.

Ondertussen ben ik zo zwaar verliefd op huisdieren dat we voor in onze nieuwe woonst alvast ook een hond gereserveerd hebben. En niet zomaar één: een Servische Sarplaninac (spreek uit: sharplaninats). Een typische kuddewaakhond uit de Balkanbergen. Geen hondje om zonder handschoenen aan te pakken overigens: eigenzinnig maar liefdevol, schofthoogte 60 à 70 centimeter (ergens tussen een Duitse herder en een Sint-Bernard), groot waak- en beschermgehalte tegenover de roedel én een ware tot-de-doodvechtersmentaliteit. Sharpla’s worden sinds eeuwen ingezet in de Balkan, het zijn dé honden van ridders, maar ook dé bewakers van de kuddes in de bergen. Een hond die wolf noch beer schuwt en vecht tot iemand dood is, of vlucht. Eén ding is zeker: de vluchter is nooit de Sharpla. Een stevige hond, maar in Waregem weet je toch maar nooit, zo zegt men. Het is immers niet zo’n pittoreske plattelandsparochie als Sint-Baafs-Vijve. Ja, onze beer zal meer dan welkom zijn. Nu alleen nog de befaamde Hondenzwemming winnen.

Of hoe ik van een grote dierendistantieerder evolueerde naar een beestige baard. Huisdieren maken je, net zoals kinderen, soft. Maar tegelijk ook meer mens. En soms heeft een mens dat nodig. Ook ik, zo besef ik nu.

Foto bovenaan: Sharpla’s van (c) Le Clos de Lune.

Advertenties

Gepubliceerd door

Bert De Smet

Hippe historicus, fervent fietser, wilde wandelaar. En whiskyfan, metaladept, klimaatstrijder. Ook: directieteam @academiewaregem | mn mening, mr venyn in baard · http://about.me/bertdsmet

2 gedachten over “Beestige Bert”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s