Blessed are the sick

Over klein en groot geluk. En over ziek zijn om dat te beseffen.
Vandaag had ik een offday. Een zware verkoudheid die sinds enkele dagen mijn arme lijfje als kraakpand gebruikt liep een beetje uit de hand. Dat de afgelopen weken erg druk waren door de verhuisperikelen en de vele academieactiviteiten (buiten de uren uiteraard!), dat speelde mij waarschijnlijk ook parten. Een dagje uitzieken in zetel en bed, met emmers slijm, hopen snotvodden, barstende koppijn en een knikkebollende kop. Mijn hersenpan was duidelijk: thuisblijven, jij. En daar viel niet aan te tornen. Luisteren zou ik. Ook al omdat de wederhelft nogal dwingend was in haar argumenten. Ik riskeerde nog meer koppijn als ik niet horen zou.

Ik leefde vandaag in bed en zetel. In het bed lag ik te woelen. In de zetel lag ik muisstil. Onze twee katten knuffelden mij intensief in de hoop dat ik snel terug de oude zou zijn. Dat ze mij daarmee compleet verlamden en mij zo verboden van ook maar een sikkepit te bewegen, dat moest ik er maar bij nemen. Maar of ik nu woelde of muisstil lag, het scenario in mijn hoofd was telkens hetzelfde: malende en knarsende gedachten.

Daarmee is overigens ook nog maar eens bewezen dat mannen echte softies zijn. Zijn we efkes ziekjes, dan denken we direct dat we dood gaan en worden we weemoedig over ons leven. Het is hier duidelijk niet anders. Steeds weer dezelfde vraag: wat had ik eigenlijk de laatste jaren gedaan dat de moeite waard was?

Ik kon met gemak wat dingen oplijsten: als stafmedewerker bij het Davidsfonds had ik verschillende evenementen vernieuwd en zelfs een volledig nieuw evenement, Exclusief, succesvol gelanceerd in Brussel, Antwerpen en Gent.  Als stafcoördinator in de kunstacademie zette ik met de administratie een vijfjarenvernieuwingsplan op poten, maakte ik de communicatie samen met enkele collega’s eigentijdser en gaf ik de academie een alternatief, behaard gezicht.

Als prille twintiger was ik actief in de lokale cultuurraad, bibliotheekraad, erfgoedwerkgroep, toerismewerkgroep. Als 25-jarige vrijwilliger vernieuwde ik het André Demedtsmuseum in Sint-Baafs-Vijve met enkele kameraden. Van a tot z had ik het project in handen. Ik was enkele jaren later de jongste bestuurder ooit van Heemkunde Vlaanderen, werd voorzitter van de lokale heemkring en kreeg de eerste Vlaamse eretitel ‘Ambassadeur Heemkunde Vandaag’. Om de Hondenzwemming te laten erkennen kreeg ik Sven Gatz, Vlaams minister van cultuur, zo ver dat hij naar onze pittoreske plattelandsparochie afzakte en overtuigde ik GAIA van de diervriendelijkheid van het evenement.

Dat alles was zeker de moeite. Absoluut. Maar dat alles bracht me uiteindelijk geen groot geluk. Mijn heemkundeavontuur eindigde in mineur, daar schreef ik reeds eerder een blog over. Ook alle andere vrijwilligersengagementen gaf ik na te veel ontgoochelingen op, met uitzondering van het Demedtsmuseum (ik heb daar te veel persoonlijk in geïnvesteerd om het aan de kant te schuiven), de Hondenzwemming (ik heb daar te zware beloftes gemaakt tegenover de inwoners van Senteboas) en de whiskyclub (ik heb daar te veel goesting in).

Ik bedacht me vandaag (voor de zoveelste keer overigens) dat groot geluk toch iets anders is dan professionele of vrijwilligersverwezenlijkingen. Die zijn ook belangrijk in een mensenleven, maar ze blijven vaak aan de oppervlakte kabbelen. André Demedts, groot schrijver en dichter, stelde terecht dat ‘het geluk daarin [bestaat] dat men met zijn ongeluk tevreden is’.

Klein geluk, daar gaat het om. Dat ik elke ochtend mag opstaan met de liefde van mijn leven. Dat ik elke dag naar de academie mag en kan vertrekken (met uitzondering van vandaag dan). Dat ik elke avond bij thuiskomst twee enthousiaste katten (en binnenkort ook een geweldige Servische berghond) liefdevol op me toe zie snellen. Dat de natuurpracht dichtbij me op de meest onverwachte momenten bij de keel grijpt. Dat ik ontspanning vind in de vele wandel- en fietstochten elke dag/week. Dat er mij elke dag mensen omringen die me waarderen om wie ik ben. Dat ik mij in ons Vlaanderenland vrij kan uiten als vreemde eend in de bijt.

Dat en nog zoveel meer. Dat is klein en tegelijk ook groot geluk. En soms moet je even ziekjes zijn om dat terug te beseffen, zo besef ik nu.

Blessed are the sick. Zolang die ziekte maar niet te lang duurt.

(Voor de liefhebbers: de song ‘Blessed are the sick’ van Morbid Angel beluister je hier.)

Advertenties

Gepubliceerd door

Bert De Smet

Hippe historicus, fervent fietser, wilde wandelaar. En whiskyfan, metaladept, klimaatstrijder. Ook: directieteam @academiewaregem | mn mening, mr venyn in baard · http://about.me/bertdsmet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s